Maar vlak voor de deur, legt Saraswati haar sluier van schone beloftes af en spiegelt en toont me, meedogenloos, mijn namaak-zelf. “Eerst die prinsessenjurk uit”, lijkt ze te zeggen. Maar wat ben ik zonder? Ik word overvallen door een diep gevoel van waardeloosheid. Maar terwijl ik daar in uithang, wanhopig, machteloos, voel ik ook hoe ze me heeft binnengelaten, hoe ze een huis, een tempel is geworden. Hoe ze me omvat met al mijn somberte. En ik ontspan.