Stukje bij beetje openen we allemaal, worden zachter, accepterend en uiteindelijk zijn we één groot lichaam met veel handen, voeten en harten, levend op het machtige schip dat ons verder voert door het magische en continue veranderende landschap van de wadden. Uiteindelijk de pijn in me voelen smelten en de ruimte in mezelf voelen als de ruimte om me heen. Samenzijn, maar vanuit mijn eigen draagkracht.